Uniek participatie-experiment. Gemeenteraad breidt uit met burgerpanel van 50 Mechelaars

Stad Mechelen richt via een systeem van loting een burgerpanel op van 50 Mechelaars. Het burgerpanel komt samen om relevante thema’s en grote dossiers te bespreken en aanbevelingen te formuleren. Dat gebeurt onder begeleiding van en in nauwe samenwerking met de leden van de verschillende raadscommissies. Dit project is één van de vijf lokale proeftuinen die Levuur begeleidt in opdracht van het Departement Kanselarij en Bestuur van de Vlaamse overheid, met als doel de gemeenteraad meer participatief te maken.

“Mechelen neemt haar pioniersrol op. We bouwen onze stad verder uit tot participatielabo. Met de installatie van een burgerpanel lanceren we een unieke proeftuin in Vlaanderen”, zegt schepen van Participatie Patrick Princen. Gemeenteraadsvoorzitter Fabienne Blavier vult aan: “Het burgerpanel bestaat uit 50 Mechelaars die alle inwoners vertegenwoordigen. Zij krijgen de kans om het beleid in Mechelen mee vorm te geven. Het panel zal zich buigen over Mechelse thema’s die zowel door het panel zelf als door de gemeenteraad op de agenda gezet kunnen worden.”

Proeftuin in drie fases

De proeftuin verloopt in drie fases: het bepalen van het thema, het loten van de 50 Mechelaars en ten slotte de eigenlijke discussie van het panel en terugkoppeling naar de gemeenteraad.

Fase 1 is bijna afgerond. Eind december wordt het thema en de concrete vraagstelling voor het burgerpanel bepaald. Voor de proeftuin werken we met een menukaart van 14 thema’s: vijf daarvan worden aangereikt via De Grond Der Dingen en negen thema’s worden aangereikt door de negen verschillende gemeenteraadscommissies. De keuze van het uiteindelijke thema gebeurt door het schepencollege in overleg met de voorzitters van de commissies.

Fase 2 is gepland voor begin januari. De loting gebeurt volgens een wetenschappelijke methode waarbij eerst een willekeurige steekproef wordt getrokken uit het bevolkingsregister van 5000 Mechelaars. Zij krijgen allemaal een brief met de vraag of ze zouden willen deelnemen aan het burgerpanel. De stad hoopt op zoveel mogelijk reacties. Uit die reacties wordt immers de uiteindelijke groep van 50 Mechelaars samengesteld, representatief voor de bevolking. Er wordt onder meer rekening gehouden met gender, leeftijd, opleiding, diversiteit en de spreiding tussen centrum, wijken en dorpen.

Schepen Patrick Princen: “Deze fase is heel spannend. Elke Mechelaar komt in aanmerking om begin januari een brief van de stad te krijgen. Bij 5000 Mechelaars zal dat uiteindelijk het geval zijn. Vergelijk het met de gouden wikkel van Willy Wonka uit het boek Sjakie en de Chocoladefabriek van Roald Dahl. We hopen op zo veel mogelijk aanmeldingen, zodat we uiteindelijk een evenwichtig panel van 50 Mechelaars kunnen samenstellen.”

Fase 3 is dan het effectieve moment van dialoog. Gedurende twee dagen eind april/begin mei 2020 zullen de 50 Mechelaars zich buigen over het gekozen thema. De discussie zal plaatsvinden in het Hof van Busleyden. De perfecte locatie: het stedelijk museum is immers een plek waar dialoog, ontmoeting en verwondering centraal staan. Het burgerpanel zal tijdens de eerste dag vooral ondergedompeld worden in het thema om dan op dag twee vooral te komen tot een mening en aanbevelingen met betrekking tot het thema. Het experiment eindigt met een bespreking in de betrokken raadscommissie en een terugkoppeling en besluit door het schepencollege en de gemeenteraad.

Deliberatieve democratie

“De dialoog tussen het burgerpanel en de gemeenteraad is een belangrijk onderdeel van de proeftuin”, aldus gemeenteraadsvoorzitter Fabienne Blavier. “Het burgerpanel heeft namelijk twee belangrijke doelen. Enerzijds thema’s die leven bij de Mechelaar op de politieke agenda zetten en anderzijds feedback geven op thema’s die door de gemeenteraad op de agenda zijn gezet.”

Wanneer een thema gekozen is, zal er een nauwe samenwerking zijn tussen het burgerpanel en de raadscommissie waar het thema toe behoort. Stel dat er rond groenbeheer wordt gedebatteerd dan zal de commissie van schepen Patrick Princen met voorzitter Jan Verbergt in actie komen.

Stad Mechelen laat zich inspireren door de Burgerraad in Oost-België. Dit baseerde zich op de bevindingen van het G1000-experiment. Levuur stond indertijd in voor de procesbegeleiding van de G1000 en is dan ook blij de resultaten van dit deliberatief model verder te mogen uitzaaien.

Lees ook: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/11/25/burgerpanel-moet-kloof-tussen-burger-en-bestuur-in-mechelen-verk/


Verslag Boekvoorstelling 'De participatieve Omslag'

Op 24 oktober 2019 stelden Filip De Rynck en Levuur-collega Stef Steyaert in een vol Kaaitheater hun boek ‘De Participatieve Omslag’. Kon u er niet bij zijn? Hieronder krijgt u helder beeld dankzij dit goedgeschreven verslag van Stefaan Segaert, medewerker bij Vormingplus Waas-en-Dender.

Democratie in Vlaanderen. Veelkoppig, supergelaagd en chaotisch

We zijn met vijf collega’s van Vormingplus Waas-en-Dender  naar het Kaaitheater afgezakt. Burgerschap wordt een belangrijke lijn in ons komende beleidsplan en dus is de studiedag ‘De Participatieve Omslag’ met stip genoteerd. De investering is de moeite waard zal snel blijken.

Met Ridouani in de helikopter

Mohamed Ridouani, burgervader van Leuven opent met uitzoomende inzichten én met het ter sprake brengen van de Leuvense realiteit. Voortbouwend op het kruispunt van Gramsci wijst hij op de russificatie van het westen, na Jeltsin heeft Rusland een extreme vorm van relativisme geëxporteerd. Elk zijn waarheid en feiten doen er niet toe.

Wat werkt er in Leuven en wat niet? Aan de woorden van Ridouani heb je meteen door dat hier een volbloeddemocraat staat, misschien wel één van de meest intelligente en visionaire burgemeesters van Vlaanderen.

Zijn we in staat om samen te werken? Hoe kunnen we de kracht van het samenwerken terug uitvinden? Hoe kunnen we inwoners maximaal het gevoel geven dat men er toe doet? In Leuven is er resoluut voor gekozen om in de wijken aan de slag te gaan.  Over betekenis hebben als burger: we hebben nood aan grotere verhalen. (Met Rik Pinxten zou ik hier zelf aan toevoegen: verhalen van interdependentie, waarin we dus onze onderlinge afhankelijkheid ook mondiaal op het spoor komen). Ridouani breekt ook een lans voor verbonden leiderschap in de sterke overtuiging dat het kan leiden tot sterk resultaat. En in de geest van het nieuwste boek van Rutger Bregman: we zijn altijd tot samenwerking in staat geweest. Of zoals Dirk Holemans het deze week in Lokeren formuleerde: de homo cooperans is springlevend in de commons.

Als De Rynck zijn inzichten deelt buig ik graag het hoofd

Filip De Rynck neemt over. Met zijn enorme rugzak aan inzichten, zijn gortdroge en tegelijk geestige humor en zijn no nonsense gedachten hang ik meteen aan zijn lippen. Hij loopt met de 200 deelnemers door het boek.

Wat De Rynck fascineert: wat gebeurt er na het doven van de camera’s, na de verkiezingen? Het publieke debat is immer zoveel ruimer dan het partijpolitieke debat. Er wordt nu nogal denigrerend gedaan over de Dorpsstraat.  Maar we moeten het lokale niet langer laten samenvallen met het plaatselijke. Het lokale is zoveel meer. Ringland zegt veel over hoe burgers in steden over de hele wereld naar mobiliteit en gezondheid kijken. Daar zou ook het Vlaamse niveau zich meer mee moeten verhouden.

Er is ook zoiets als de politiek van het dagelijkse leven. Burgers die zich rond erfgoed organiseren, patiënten die participeren rond geestelijke gezondheidszorg … het is een dimensie die haast nooit ter sprake komt als we het over democratie hebben.
Zeer mooi noemt De Rynck de demoi  “plaatsen van verdichting van discussies” (het is haast poëzie) en die plaatsen zitten zowel binnen als buiten de formele instituties. Als duidelijk voorbeeld: één welgemaakt maar tegelijk krakkemikkig filmpje in slachthuizen doet een publiek debat losbarsten over dierenwelzijn en industriële vee- en kippenteelt.

Een andere vaststelling: veel deskundigen zijn veel deskundiger dan beleidsmakers. Dat is geen schande, maar het maakt de nood aan een horizontalere democratie wel scherp zichtbaar.

Nood aan genuanceerde frames over democratie

De Rynck is ook een academicus die komaf maakt met gepolariseerde frames en dat is voor mij één van de redenen waarom ik een fan ben van zijn inzichten. Eén van die schema’s zijn de goede burgers en de malafide bestuurders of de lamme ambtenaren. Veel genuanceerder en dichter bij de werkelijkheid is het om te kijken naar een golf van participatiever werken binnen de representatieve democratie en dat gaat met wringen en schuren (het werkwoord zal nog vaak vallen deze namiddag) gepaard. Soms is het schitterend om er naar te kijken en soms schittert het niet …

We moeten ook af van het idee dat politiek romantisch zou zijn of iets in evenwicht zou zijn. Nee, het is een hard spel en het gaat over macht. En ook de representatieve politiek is volop in beweging en vol twijfel. Laten we dat rauwe en ruwe wat meer noemen.

De overheid is geen monolithisch blok. We weten trouwens amper wat politici overdag doen. En ook burgers zijn vaak niet met het algemeen belang bezig maar met de verzuchtingen van hun straat of wijk of specifieke thema.

Over de tussenruimte

Wat gebeurt er in de tussenruimte? Het is nieuw lexicon die in het Kaaitheater ‘gestalt’ krijgt om het therapeutisch te kaderen. De tussenruimte bestaat uit hybride commons (ze zijn niet 100% burgergedreven en soms worden ze door overheden verstandig gefaciliteerd). En niet alle burgerinitiatieven zijn een lang leven beschoren, ook de levensduur is interessant om te bestuderen. Waarom slagen  burgerinitiatieven erin om succesvol te zijn en andere niet? De case van Leuven 2030 (over een lokale duurzame voedselstrategie) is een arrangement, noem het een verstandshuwelijk. Mijn prof van sociologie in de IPSOC Stefaan Lievens zei ooit: als ge altijd of nooit ruzie hebt met uw lief, maak het af. Een heel klein beetje oorlog is soms beter wisten ze aan de Noordkaap. Leuven 2030 moeten we dan ook leren zien als een beweging van actoren met heel veel verschillende rollen.
Door de lange academische ervaring van De Rynck–is dit boek een soort testament?-  kan er ook over de langere termijn geobserveerd worden. De professionalisering van het ambtelijk apparaat is een realiteit. Dertig jaar geleden waren de secretaris en de ontvanger de ambtenaren met de kennis, stadhuizen zijn sindsdien onherkenbaar veranderd.

Uitdagingen voor het middenveld

Natuurlijk moeten we het ook over de positie van het maatschappelijk middenveld hebben. In Vlaanderen is er een rijke historiek maar het middenveld staat wel onder druk. Er zijn veel vragen die het middenveld ook aan zichzelf moet stellen: waarom is het zo weinig divers? Hoeveel ruimte krijgen nieuwe spelers? Hoe dicht moet de overheid bij dat middenveld staan? Is het onderscheid tussen oud en nieuw middenveld nog wel relevant? Kunnen we de burgerlijke ongehoorzaamheid bestuderen, niet alleen via Extinction Rebellion maar ook de parallellen met Chili en Libanon zien?

Andere vragen met een meer metaperspectief:  we kiezen wel mensen maar wat kunnen die nog? Waar zit de macht?

Slotpleidooi van de auteurs

Waar pleiten de auteurs van het boek voor?
1. Laat de overheid participatie-initiatieven nemen, maar zorg dat de traagheid voldoende kansen krijgt. Goede participatie zal traag of niet zijn?
2. Heb aandacht voor het street level- niveau
3. Er moet veel meer aandacht komen voor de regie van de participatieprocessen
4. Een sterke rol van de volksvertegenwoordigers in die tussenruimtes of in de arrangementen

Werktafels

De zaal splitst zich op. Ik kom terecht in een cluster over de doe het zelf-democratie. Er is een sterk verhaal van Doucheflux uit Brussel. Een dagcentrum in Anderlecht voor thuislozen met een hele brede werking. Gestart vanuit artiesten maar intussen een werking die het thema van dak- en thuisloosheid wil politiseren. Dat wil zeggen: het in de publieke arena brengen, lastige vragen stellen, overheden en bedrijven en ook de sociale voorzieningen erop aanspreken. Desnoods roepen! Indrukwekkend hoe een burgerinitiatief is uitgegroeid tot een erg relevante praktijk voor de meest kwetsbare burgers en hoe die burgers die met extreme uitsluiting worden geconfronteerd ook betrokken worden in een radioprogramma, in het organiseren van een sportwedstrijd, in het kiezen van de douchefaciliteiten … respect! En een wake up call om dak-en thuisloosheid nooit te banaliseren.

Eindreflecties uit de ateliers

Er zijn door de organisatoren ‘journalisten’ of ‘scherpe observatoren’ aangeduid die als alerte vliegen aan de zijkant de vele gesprekken hebben gevolgd. En nu verslag op het grote podium uitbrengen.

Gie van den Eeckhout onthoudt: hoe ga je groepen betrekken die je veel minder hoort en moet je rond elke kwestie altijd alle groepen beluisteren en betrekken? Wees alert voor diversiteit in je methodische aanpak en je communicatie. Zijn de rollen scherp afgebakend of staan veel spelers op kruispunten die niet zo afgebakend zijn? Gie houdt ook een pleidooi om experimenteerruimte op te zoeken.

Elke Plovie is een ontzettend schrandere en energieke dame: doet het woord doedemocratie niet wat oneer aan, veel doegerichte praktijken maken kwesties ook politiek, let dus op met woorden die reduceren. Een vaststelling die blijft: veel burgerinitiatieven zijn zeer kwetsbaar, hoe kunnen we ze voldoende sterk maken? Hoe dagen burgerinitiatieven de lokale overheid uit? Stadhuizen zijn vaak nog te verkokerd en burgerinitiatieven zijn meestal praktijken die de schotten overstijgen en doorbreken. Elke lanceert het begrip van de ‘democratische professional’. Hij/zij/o slaagt erin om voldoende leefwereldperspectief van kwetsbare groepen in te brengen en tegenspraak te organiseren.

Fred D’Hont uit de rijke Socius-stal met een wiki aan praktijken om achterover te vallen: heel veel processen binnen praktijken van democratie kennen een open einde, vaak zijn conflicten in de samenleving de aanleiding . Hoe kunnen we contexten creëren waarin het nieuwe WIJ kan ontstaan? Of je nu bedrijfsleider of politieker of ambtenaar of activist bent: spreek iedereen aan op zijn rol als burger en als lid van de samenleving. Zoiets werkt verbindend en zorgt voor gedeelde grond waarop je kan zaaien.

Fatima Yassin werkt bij de VDAB.  Ik ken haar niet maar wat ze zegt is erg relevant. Ze nam een bad met de deelnemers rond cocreatie. Durven eigen denkkaders opzijzetten. Samen groeien op vlak van participatie vanuit gelijkwaardigheid. Kijken naar wat werkt en niet werkt. Niet mordicus aan een model vasthangen. Heb oog voor de kleine initiatieven in de marge van de projecten, naast het podium, de gesprekken aan de afwasbak dus, ze zijn deel van het project. Geef de burger tijd, geef hem ruimte maar forceer niet, volg de flow.

Wim Dries is een andere burgervader, uit Genk en voorzitter van de VVSG. Hij erkent dat mensen allemaal betrekken in een mijnstad als Genk een enorme uitdaging is. Maar dat er veel gedeeld wordt in de tussenruimtes is zonneklaar. Dries pleit voor ‘practice what you preach’, het creëren van veilige ruimtes, dingen ook buiten de georganiseerde kaders laten dobberen, we hebben de neiging als overheid om alles altijd in structuren te gieten. Het nieuwe WIJ is iets van samen, er zijn politici die uit zijn op claimen steekt Dries de hand in eigen boezem. Zijn we niet teveel op consensus gericht? Laat het maar wat schuren, wees niet geobsedeerd door te snel te willen ontmijnen.

Sofie Marien zet een kers op een interessante taart

Marien is verbonden aan de KUL. Ze heeft het boek grondig gelezen. Ze formuleert de laatste woorden ‘on stage’. Het is een lange namiddag zonder pauze en toch krijgt ze de aandacht van de zaal. Il faut le faire …

Haar wijsheden op een rijtje:
1. Staar je niet blind op één model. Democratische modellen bestaan niet. Er is van alles bezig en veel daarvan is hybride.
2. Democratie is zoveel ruimer dan verkiezingen.
3. Ga niet alle heil verwachten van één activiteit. Daarmee ga je gegarandeerd struikelen.
4. Let op met torenhoge verwachtingen. Alsof praktijken van democratie volledig zouden kunnen zijn of op alle vlakken goed scoren. Laten we de ideale maatstaf loslaten.
5. Vaststelling dat de verwachtingen naar initiatieven vaak heel ongelijk zijn. Voor nieuwe initiatieven wordt de lat soms torenhoog gelegd. Temper je eigen verwachtingen en die van anderen. Maan aan tot realisme.
6. Als alternatief denkkader stelt de professor voor om te denken vanuit: wat willen we oplossen? En hoe willen we dat doen? Al snel zal blijken dat er een samenspel van praktijken nodig is. Dat er niet één praktijk alles kan dragen.
7. Er is nog altijd een sterk geloof in de democratie maar veel onvrede met het functioneren ervan. Participatie kan alvast helpen om onvrede te keren, om de demoi te versterken.

Stefaan Segaert

 

Persartikelen naar aanleiding van de boeklancering

Interview Filip De Rynck in De Standaard: 'Soms is het beter dat er even geen consensus is' (Plusartikel)

Interview Stef Steyaert op website VVSG: 'Zoek de vrije zone op en maak samen de samenleving'


Stef Steyaert: “Onze democratie is niet in crisis, ze is in transitie”

Burgers en organisaties dwingen in toenemende mate andere en participatievere vormen van besluitvorming af. En dat durft weleens wringen met de klassieke democratie en andere politieke gremia. Toch is de beweging van een representatieve naar een participatieve democratie volgens Stef Steyaert en Filip De Rynck onomkeerbaar. In hun nieuwe boek De participatieve omslag. Over een democratie in transitie leggen ze uit waarom. We trokken aan de mouw van Stef Steyaert voor meer tekst en uitleg.

SOCIUS: ONZE DEMOCRATIE IS DUS IN TRANSITIE. OP WELKE MANIER?

Stef Steyaert: “Ons boek vertrekt van het idee dat een democratie voortdurend in evolutie is. Er bestaat geen ideaaltypische democratie waartoe we via een aantal ingrepen kunnen komen. De democratie van nu is niet de democratie van vijftig jaar geleden en ook niet die van binnen twintig jaar. Daarom kijken we bewust via een breedbeeld naar de democratie. Het gaat niet alleen over de Wetstraat of over wat ministers en de uitvoerende macht beslissen, over de grote principes en partijprogramma’s, over een parlement, gemeenteraad en een schepencollege. Neen, het gaat over de hele fase van politiek maken. Er gebeurt dus veel meer.

Daarbij nemen we ook de rol van verschillende actoren in beschouwing: politieke partijen, bestuurders, het middenveld, burgers… Zo komen we tot de vaststelling dat er een transitie plaatsvindt binnen een zogenaamde ‘tussenruimte’. De ruimte waar gewild, ongewild, bewust of minder bewust actoren samenkomen en nieuwe manieren van samenwerken uitproberen. Als je dus vanuit een breed perspectief naar de democratie kijkt zie je een aantal klassieke processen. Maar daarnaast, daartussen of daarin spelen zich ook nieuwe processen af. Dat beeld bekijken we in ons boek in vijf verschijningsvormen of contexten van participatie: de rol van het middenveld, de ‘doe-het-zelf-democratie’, representatie en deliberatie, de brug tussen deliberatie en participatie en tot slot coproductie.”

“Het gaat niet alleen over de grote principes en partijprogramma’s, maar over de hele fase van politiek maken.”
KAN JE ONS WAT MEER VERTELLEN OVER DIE VIJF VERSCHIJNINGSVORMEN VAN PARTICIPATIE?

“Om te beginnen het middenveld: dat is sinds de laatste decennia van de vorige eeuw, onder invloed van een aantal tendensen die we in het boek bespreken, weg gegroeid van haar oorspronkelijk rol en opdracht. Er wordt nu veel bewuster voor een politiserende werking gekozen. Kijk naar Femma. Er ontstaat een stevig debat in de tussenruimte over de work-lifebalance. Politici en andere actoren verhouden zich hiertoe en je krijgt een ‘demos’ rond dat thema. De vraag naar de (her)politisering van het middenveld is dus een belangrijke om te stellen. Daarnaast heb je de ‘DIY-democratie’: burgers nemen steeds vaker zélf het initiatief. En het gaat over initiatieven die niet zonder belang zijn, kijk bijvoorbeeld naar de korte keten landbouw. Zo verander je heel geleidelijk het systeem. Of kijk naar de coöperatieve initiatieven in de energiemarkt, zeker de Duitse. Die kunnen bezwaarlijk nog marginaal genoemd worden. Economie wordt politiek. Dat is pure bottom-updemocratie. Als derde vorm zien we hoe een overheid via de inzet van deliberatieve methodes kan komen tot een geïnformeerde meningsvorming bij burgers rond politieke kwesties. Het debat over de eindtermen is daar een mooi voorbeeld van. In de tussenruimte kan je experten, burgers, verschillende actoren en kennis samenbrengen. Hoe meer je je proces zo vormgeeft, hoe meer je ook kan terugkoppelen naar andere gebruikelijke contexten. Dat maakt het waardevoller.

De vierde context die we zien is de brug tussen representatie en participatie. Een aantal burgerinitiatieven heeft zo’n impact dat de top-downwerking van de democratie er wel mee in contact moét treden. Zo ontstaat een tussenruimte waar heel veel zaken kunnen gerealiseerd worden, denk bijvoorbeeld aan Ringland of Straten vol Leuven. Dat laatste startte als een burgerinitiatief. Toen de stad Leuven werk wilde maken van een nieuw mobiliteitsplan konden ze niet anders dan met hen in gesprek gaan. Uiteraard spelen veel factoren daarbij een rol, maar je ziet dat dergelijke constellaties hun vruchten kunnen afwerpen. Het toont ook de doorwaadbaarheid van die verschillende werelden en het samengaan van een opkomende en neergaande beweging. Het middenveld speelt hierbij een belangrijke rol want dat kan verbindingen maken tussen die verschillende werelden, de leefwereld en de systeemwereld. De laatste participatievorm die we zien is die van de coproductie. Hiermee bedoelen we diensten en producten die met betrokkenheid en input van klanten, bewoners, patiënten, … tot stand komen. Hier begeef je je op de grens, want je kan je de vraag stellen of dit nog over politiek of democratie gaat. Maar we nemen het toch mee in het boek, omdat ook dit gaat over het samen vormgeven van de ‘polis’.”

IN ‘DE PARTICIPATIEVE OMSLAG’ KIJKEN JULLIE DUS VANUIT EEN BREEDBEELD NAAR HET SYSTEEM.

“Inderdaad. Heel wat auteurs die zich buigen over de democratie knippen er eigenlijk maar stukjes uit. Ze hebben het dan over verkiezingen of de rol van politieke partijen. Maar als je het brede systeem in beschouwing neemt en je hebt oog voor alle actoren, dan zie je dat er wel degelijk iets aan het gebeuren is. Dat er een transitie aan de gang is, een participatieve omslag. We hebben daar zelf ook wel wat mee geworsteld. In de samenleving zie je een aantal zaken waardoor je je de vraag kan stellen of we wel kunnen spreken van meer participatie: het populisme, het ondergraven van de rechtsstaat, de aanval op het middenveld … Maar voor een stuk gaat dat geschuur en tegenwringen net gepaard met die transitie. Het verloopt immers niet rimpelloos en de overgang roept telkens tegenreacties op. Daarom eindigen we ook met een aantal aanbevelingen.”

Zo pleiten we ervoor om de beweging die nu bezig is te versterken. Als je een democratie respecteert, moet je investeren in dat brede middenveld. Het nieuwe decreet sociaal-cultureel volwassenenwerk stuurt in de richting van een herpolitisering en gaat weg van het kwantitatieve. Dat is goed, maar dan mag je het bijhorende budget niet kleiner maken. Ook als je vooraf poortjes dichtmaakt voor wie al dan niet in aanmerking komt, dan heb je een zwaar probleem.”

“Als je een democratie respecteert moet je investeren in het brede middenveld.”
DE BLANKE HOGER OPGELEIDE MIDDENKLASSE BLIJKT MEER DAN GOED VERTEGENWOORDIGD IN DEZE NIEUWE VORMEN VAN BESLUITVORMING. ONTSTAAT ER GEEN GEVAAR VAN EEN PARTICIPATIEVE DEMOCRATIE MET TWEE SNELHEDEN?

“We onderkennen dat het vaak de blanke middenklasse is die dit soort initiatieven neemt. Maar tegelijkertijd moet je je de vraag stellen: so what? We stellen vast dat wat die brede middenklasse doet in veel gevallen niet alleen hen ten goede komt. Dankzij Ringland bijvoorbeeld gaat de leefkwaliteit er in alle woonwijken op vooruit. Daarnaast is er ook de representatieve democratie. Zij heeft het voordeel iedereen te vertegenwoordigen en kan ook mee de kwaliteit bewaken en eisen stellen. Net daarom zijn deliberatieve initiatieven zo belangrijk.”

WE MOGEN DE REPRESENTATIEVE DEMOCRATIE DUS NIET ZOMAAR OVERBOORD GOOIEN?

“Dat gaat het probleem niet oplossen. Finaal is democratie ‘doen’, er elke dag opnieuw aan werken. De representatieve democratie moet gewoon meer oog hebben voor wat er gebeurt. De brede betrokkenheid en participatie die we nodig hebben horen daar ook thuis en vertrekken dus beter niet van regeringen of beleidsuitvoerders. In dat opzicht is het experiment in de Duitstalige gemeenschap heel interessant. Het is zeker niet dé oplossing, maar het is wel een manier om de deliberatie en representatie dichter bij elkaar te brengen.”

HOE KUNNEN LOKALE BESTUREN ZICH HIEROP ORIËNTEREN?

“Waardeer de gemeenteraad terug en maak daar ruimte voor deliberatie. Connecteer ook met burgerinitiatieven. Kijk naar de rol die ambtenaren, adviesraden, schepenen … kunnen spelen. Creëer mogelijkheden waardoor ze naar de tussenruimte kunnen toestappen en connectie maken. Het hangt nu nog te veel af van toeval. Bestempel burgerinitiatieven ook niet direct als iets negatiefs, als ‘NIMBY’ of wat dan ook. Integendeel, erken hen als sociaal kapitaal.”

“Bestempel burgerinitiatieven niet direct als iets negatiefs, als ‘NIMBY’ of wat dan ook. Erken hen als sociaal kapitaal.”
HET BOEK IS ER. WAT ZIE JE NU ZELF ALS EEN IDEAAL VERVOLG?

“Idealiter brengt het boek een denkproces op gang bij politieke partijen. Een stuk zelfreflectie ook over de rol die ze kunnen spelen. Per slot van rekening zijn we niet negatief over politieke partijen. Ze blijven bij uitstek organisaties die burgers kunnen groeperen om bepaalde ambities of dromen te realiseren. De vraag die op tafel ligt: hoe moeten ze zich organiseren om die verbinding aan te gaan? De slinger van de particratie is nu te ver doorgeslagen. Eenzelfde oefening zouden de verschillende representatieve gremia met hun uitvoerende machten moeten aangaan. Op lokaal vlak zie je al dingen gebeuren, maar het zet zich regionaal of federaal nog onvoldoende door.

“Idealiter brengt dit boek een zelfreflectie op gang bij politieke partijen over de rol die ze kunnen spelen.”
EN WELKE UITDAGINGEN ZIE JE NOG NA HET SCHRIJVEN VAN DIT BOEK?

“De belangrijkste is misschien wel de ontwikkeling van een nieuwe taal en bijhorende competenties. Neem nu het begrip ‘participatie’. We zien participatie nog altijd door de lens van beleid ten opzichte van burger. Maar het gaat veel verder dan dat. Het Engels beschikt hiervoor over een rijkere woordenschat, denk maar aan termen zoals civil societycorporative democracy … Wij zoeken nog naar onze woorden, naar de juiste terminologie en kaders.

Dat is ook van groot belang voor het sociaal-culturele middenveld. In onze opleidingen hebben we nog een te beperkt zicht op wat er aan het gebeuren is. Ik denk dat we in een soort basisopleiding dat brede systeem zichtbaar moeten maken en studenten de competenties moeten aanleren om wat er gebeurt in die tussenruimte op een betere manier te faciliteren. Niet vanuit een buitenstaandersrol, maar van binnenuit. Hiervoor moeten we waarschijnlijk eerst via onderzoek nog verder gaan in het leren begrijpen van wat er echt speelt én in het ontwikkelen van de juiste taal om alles te beschrijven. Nog werk genoeg dus.”

Boekvoorstelling en studienamiddag 

Op donderdagnamiddag 24 oktober stellen Filip De Rynck en Stef Steyaert hun nieuwe boek aan je voor. In samenwerking tussen Socius, Kortom, de Koning Boudewijnstichting, Levuur, Indiville en Tree Company is er na de boekpresentatie een inspirerende studienamiddag waarin we samen drie casestudies in vijf ateliers onderzoeken.